Verbintenis tot ongedaanmaking

No Cure No Pay Incassobureau

Ongedaanmaking na ontbinding

Nadat een overeenkomst is ontbonden, bijvoorbeeld in het geval dat de verkoper de gelegenheid heeft gekregen om een gebrek aan een geleverd product ex art. 7:22 lid 2 BW te herstellen, ontstaat er een ongedaanmakingsverbintenis ex art. 6:271 BW. De reden van ontbinding is in dit geval non-conformiteit. Het bedrag dient te worden gerestitueerd en de goederen dienen te worden teruggeleverd. 

Na ontbinding van de overeenkomst dient de verkoper binnen de gegeven termijn over te gaan tot teruggave van het aankoopbedrag aan de consument. Dit houdt in dat de wederpartij ex art. 7:19a BW alle ontvangen bedragen dient te vergoeden. Dit is dus het aankoopbedrag plus eventuele kosten voor vervoer, indien is nagelaten om vooraf te melden dat die kosten voor rekening van de consument zijn. 

Als eerste voldoen aan de ongedaanmakingsverbintenis

De vraag bij een overeenkomst is altijd wie als eerste dient te presteren. Indien de koopovereenkomst is ontbonden en er aan de verkoper een termijn is gesteld waarin deze niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot restitutie van het aankoopbedrag dan raakt deze in verzuim ex art. 7:83 sub a BW; er zijn dan overeenkomstig art. 6:96 lid 1 sub c BW tevens incassokosten verschuldigd.

Indien door de verkoper na de ontbindingsverklaring geen termijn voor nakoming wordt gesteld aan de consument, dan bent is de consument niet in verzuim. De verkoper dient nu als eerste te presteren. Wel dient de opmerking geplaatst te worden dat dit een grijs gebied blijft omdat een dergelijke patstelling niet vaak is voorgekomen. In de meeste gevallen geeft één de van partijen toe of wordt er geschikt waardoor er geen gerechtelijk uitspraak hoeft plaats te vinden.

Termijnstelling

Het valt en staat ermee of de koop is ontbonden en er een termijn voor nakoming aan de andere partij is gesteld. Indien de koop is ontbonden maar er door niemand een termijn is gesteld dan dient daarna eerst een ingebrekestelling te worden gezonden. Indien er geen termijn is gesteld voor nakoming en er ook geen ingebrekestelling is verzonden dan kan geen van beide van de ander nakoming eisen.

De verkoper wordt beschermd dat de goederen worden teruggeleverd door artikel 6:273 BW. Deze kan daardoor niet meer gerechtvaardigd als grond aanvoeren dat er vrees bestaat dat de goederen niet worden teruggeleverd zonder nadere onderbouwing.

[ratings id="1739"]